Ingrepen in Ecologische Hoofdstructuur niet altijd goed onderbouwd
Gemeenten zijn niet altijd voorzichtig genoeg bij het toelaten van ruimtelijke ingrepen in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), constateert de VROM-Inspectie in een verkennend onderzoek.
De EHS is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. De VROM-Inspectie onderzocht hoe gemeenten afwegingen maken als zij moeten besluiten over het toelaten van nieuwe ontwikkelingen in vastgelegde EHS-gebieden.
Het aantal aanvragen om een ruimtelijke ingreep toe te staan in vastgelegde EHS-gebieden varieert per gemeente van enkele tot tientallen per jaar. De meeste van deze aanvragen worden direct afgewezen op grond van strijdigheid met het bestemmingsplan.
De overige aanvragen worden wel in behandeling genomen en daarbij is een afweging noodzakelijk. Daarvoor zijn ‘nee, tenzij’-spelregels vastgelegd door rijk en provincies, de Spelregels EHS.
De VROM-Inspectie onderzocht hoe de besluitvorming verliep bij onder meer een bouwproject van twee woningen, de uitbreiding van een camping en de aanleg van een fietspad.
Gemeenten moeten bij dergelijke plannen eerst kijken of de ruimtelijke ingreep een significant ruimtelijk effect heeft. Dat gebeurt te vaak op basis van ervaring en inschatting en te weinig op basis van een onderzoek, constateert de Inspectie.
De vervolgvraag of de ingreep een ‘groot openbaar belang’ betreft en of er geen alternatieven beschikbaar zijn, wordt gemakkelijk ten gunste van de ingreep beantwoord, zo blijkt. Het groot openbaar belang wordt niet zelden uitgelegd als het belang van de ingreep zelf.
Er is zeker draagvlak voor behoud en versterking van de EHS bij gemeenten, stelt de VROM-Inspectie. Maar gemeenten geven ook aan praktisch te willen blijven en bij strijdige belangen valt de afweging veelal in het voordeel van de ruimtelijke ingreep uit.
Daarbij spelen onduidelijke definities zoals ‘groot openbaar belang’ een rol maar ook ‘onlogische’ begrenzingen van de EHS op perceelsniveau.
Veel kleine ingrepen kunnen op den duur leiden tot een afbrokkeling van de EHS, waarschuwt de VROM-Inspectie. De Inspectie meent dat rijk en provincies scherper zouden moeten toezien op de ruimtelijke onderbouwing van procedures die ingrepen in de EHS mogelijk maken.
