Biociden
Biociden zijn middelen die schadelijke organismen bestrijden of hun effecten minimaliseren. Biociden zijn vrijwel allemaal ook voor de mens en het milieu gevaarlijke chemische stoffen. De VROM-Inspectie coördineert het toezicht op de strenge regels die gelden voor het gebruik ervan.
In de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) uit 2007 staan de regels voor het gebruik van biociden. In de titel van de wet is niet voor niets onderscheid gemaakt tussen gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Biociden zijn namelijk alle ‘bestrijdingsmiddelen’ die niet als doel hebben gewassen te beschermen. Het toezicht op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt gecoördineerd en in belangrijke mate uitgevoerd door de Algemene Inspectiedienst (AID) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).
Er zijn vele soorten biociden. In de regelgeving wordt onderscheid gemaakt tussen 23 soorten, variërend van conserveringsmiddelen tot insecticiden, van balsemingvloeistof tot vuilwerende coatings voor schepen. Biociden mogen pas op de Nederlandse markt zijn na beoordeling van hun gevaareigenschappen in een toelatingsprocedure. Dit is de taak van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).
Toegelaten middelen zijn herkenbaar aan het toelatingsnummer op het etiket. Het Ctgb geeft voor biociden die zijn toegelaten een gebruiksvoorschrift, dat eveneens op het etiket staat. Het gebruik van het middel in strijd met dit voorschrift is verboden. Een middel zonder toelatingsnummer mag dus niet worden verhandeld of worden gebruikt in Nederland.
Handhaving
De VROM-Inspectie coördineert de handhaving van de Wgb-regels voor biociden. De andere inspecties die toezicht uitoefenen op de regels voor het gebruik van biociden zijn de Voedsel en Warenautoriteit (VWA), de AID en de Arbeidsinspectie. Ook zijn de Waterschappen aangewezen als toezichthoudende instantie.
Op het moment dat de Wgb in werking trad, zijn de betrokken inspecties begonnen de handhaving van biociden te verbeteren. Uit studie is duidelijk geworden dat over het gebruik van biociden en daarmee over de naleving nog veel onbekend is. Het Handhavingsprogramma 2008-2011 van de gezamenlijke inspecties heeft dan ook als doel meer zicht te krijgen in het gebruik van biociden en het verbeteren van de naleving.
Omdat uit studies ook is gebleken dat in het bedrijfsleven veel niet-toegelaten middelen worden gebruikt, zonder dat bedrijven zich ervan bewust zijn daarmee de wet te overtreden, is een herstelperiode afgesproken. Bedrijven hebben hierdoor de mogelijkheid niet-toegelaten middelen onder voorwaarden aan te melden bij het Ctgb. Na instemming van de aanmelding door het Ctgb zien de inspecties af van handhaving totdat is besloten over de toelating op de Nederlandse markt.
Deze meldingen zullen ook gebruikt worden bij het plannen van de handhavinginspanningen van de Inspecties voor de komende jaren.
