Ga naar hoofdmenu / zoekveld

  1. Home 
  2. Onderwerpen 
  3. Milieu 
  4. Nucleaire veiligheid

Nucleaire veiligheid

Op het gebied van nucleaire veiligheid is in de Kernenergiewet onderscheid gemaakt tussen installaties waar met splijtstof wordt gewerkt, zoals kernreactoren, en installaties waar andersoortige nucleaire technologie wordt toegepast, bijvoorbeeld in ziekenhuizen. De controle op splijtstofinstallaties is bijzonder streng.

Als het gaat om splijtstoffen houdt de Kernfysische Dienst (KFD) van de VROM-Inspectie toezicht op alle vergunninghouders die hier in Nederland mee werken. Dit zijn onder meer de kerncentrale in Borssele, de researchreactor en overige installaties op de locatie Petten, de universiteitsreactor in Delft, de radioactief afval organisatie (COVRA) in Zeeland, de uraniumverrijkingsfabriek in Almelo en de gedeactiveerde kerncentrale in Dodewaard.

Kernenergiewetvergunning

Scherp toezicht op nucleaire installaties is nodig om het gebruik van nucleaire technologie zo veilig mogelijk te laten verlopen. De KFD controleert organisaties die nucleaire installaties in gebruik hebben. Dit gebeurt op basis van de Kernenergiewetvergunning. Daarbij zijn het ontwerp en instandhouding van de installatie zelf, maar ook de werkprocessen, procedures en de organisatie onderwerp van grondige screening. 

Bedrijven of organisaties die een vergunning hebben voor een nucleaire installatie werken deze uit in gedetailleerde technische specificaties. Daarbij worden mechanismen uitgedacht die ervoor moeten zorgen dat de installatie veilig blijft. De KFD controleert deze specificaties. Dit gebeurt zo intensief dat de vergunning praktisch niet en daarom ook zelden overtreden zal worden. Indien nodig maakt de dienst proces-verbaal op. Bij acute twijfel over de veiligheid van een installatie heeft de KFD de bevoegdheid een installatie stil te leggen.

Afhankelijk van de omvang, complexiteit en het potentieel risico van de installatie, maar ook bij bijzondere gebeurtenissen, bepaalt de KFD de frequentie en diepgang van de inspecties. De frequentie varieert van enkele tot meer dan 50 inspecties per jaar. 

Beoordeling

Behalve over inspecteurs die regelmatig controles uitvoeren, beschikt de KFD ook over een groep beoordelaars met specifieke technische deskundigheid. Om deze deskundigheid te onderhouden maken zij allemaal deel uit van een internationaal netwerk (IAEA, OECD). 

De beoordelaars zetten hun deskundigheid in voor ondersteuning van de inspecteurs, diepgaandere inspecties en het beoordelen van documenten die vergunninghouders verplicht moeten voorleggen. Daarbij gaat het om documenten zoals wijzigingsplannen van de installatie of organisatie, veiligheidsanalyses en -evaluaties. 

De vergunninghouders moeten de veiligheid van hun installatie continu verbeteren. Daarom volgen de beoordelaars de internationale ontwikkelingen op het gebied van nucleaire technologie en vergelijken deze met de situatie bij de Nederlandse vergunninghouders. Vergunninghouders nemen suggesties en aanbevelingen van de KFD-beoordelaars over het algemeen over.

Onderzoek en analyse

De KFD voert niet alleen controles uit, maar onderzoekt en analyseert ook storingen en bijna-ongevallen bij nucleaire installaties in Nederland en overal ter wereld. Doel hiervan is maatregelen nemen ter voorkoming of herhaling van dit soort incidenten. Hiervoor verzamelt de dienst informatie uit allerlei bronnen. Dit kunnen toezichthouders uit andere landen zijn, maar ook de wereldwijde media. De belangrijkste incidenten worden tussen alle landen uitgewisseld via een IAEA/OECD-databank.

Internationale missies

Ter aanvulling van het toezicht en voorkoming van bedrijfsblindheid nodigt de KFD regelmatig teams van internationale deskundigen uit, meestal via het IAEA. Deze missies duren 1 tot 3 weken en toetsen een installatie of organisatie aan internationale standaarden. Dit resulteert in aanbevelingen en suggesties voor verbetering die binnen 2 jaar moeten worden opgevolgd. Er worden ook zogenaamde good-practices vastgesteld, die aan alle andere landen worden doorgegeven en die weer leiden tot verbetering in de standaarden.

Meer informatie