Ga naar hoofdmenu / zoekveld

  1. Home 
  2. Onderwerpen 
  3. Wonen 
  4. Statushouders en gepardonneerden

Statushouders en gepardonneerden

Statushouders en gepardonneerden zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daarmee recht op huisvesting. Elke Nederlandse gemeente heeft de taak om elk half jaar een bepaald aantal verblijfsgerechtigden te huisvesten. Provincies en WGR-plusregio’s monitoren het tijdig en voldoende beschikbaar komen van woningen. De VROM-Inspectie ziet hierop toe en ondersteunt dit proces.

Alle gemeenten samen moeten jaarlijks 5.000 tot 10.000 vluchtelingen met een verblijfsvergunning huisvesten. Daarnaast hebben gemeenten en Rijk in 2007 afgesproken zo'n 27.000 afgewezen asielzoekers alsnog een verblijfsvergunning te geven. Deze ‘gepardonneerden’ verbleven tot dan toe voor een groot deel in centrale opvang. Centrale opvang is een kostbare voorziening. Alle gepardonneerden moeten in de periode 2007-2010 eigen huisvesting krijgen.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de opvang van al deze nieuwkomers. Opvang start gewoonlijk met het aanbieden van woonruimte, meestal van corporaties. Daarnaast zijn ook inburgering, scholing, welzijn en werkgelegenheid belangrijke lokale aandachtspunten.

Rol VROM-Inspectie

De rol van de VROM-Inspectie is toezicht houden op de inspanningen die de provincies en WGR-plusregio’s moeten leveren. De VROM-Inspectie beoordeelt hun prestaties tweemaal per jaar. Als huisvesting niet snel genoeg plaatsvindt, kan de VROM-Inspectie op kosten van de andere overheden in de huisvesting voorzien. De Inspectie adviseert de minister voor Wonen, Wijken en Integratie (WWI) over eventuele maatregelen. 

Verder ondersteunt de Inspectie gemeenten en provincies door het ontwikkelen, verzamelen en uitdragen van goede voorbeelden. In 2007 is een handreiking gemaakt. Medio 2009 brengt de Inspectie een brochure uit, waarin aandacht gericht is op de vele alleenstaande verblijfsgerechtigden. Deze groep moet op de gemeentelijke woningmarkt concurreren met de vele andere alleenstaanden die woonruimte nodig hebben.

Naleving

Op 1 januari 2010 hadden 111 van de 441 gemeenten (25%) aan hun taakstellingen voldaan en zelfs 1.614 personen méér gehuisvest. De andere 330 gemeenten liepen samen 3.649 te huisvesten verblijfgerechtigden achter. In 2001 was er een achterstand van meer dan 8.000 personen. Vanaf 2003 heeft de Inspectie de provincies en WGR-plusregio’s  waar sprake was van achterblijvende gemeenten gewezen op hun verantwoordelijkheid. Op 1 juli 2008 was de achterstand geslonken naar nog maar 247 personen. Deze is echter weer opgelopen: op 1 januari 2009 ging het om 990 personen, op 1 juli 2009 om 1.605 en op 1 januari 2010 om 2.035 personen.

Gemeenten hebben zich in 2008 en 2009 tegelijkertijd enorm ingespannen om alle gepardonneerden gehuisvest te krijgen. Op 1 januari 2010 waren 26.367 gepardonneerden onder dak (96%) en hadden 350 gemeenten nog een achterstand van samen 1.117 personen. Gemeenten die na 1 januari 2010 nog gepardonneerden huisvesten kunnen tot 1 juli 2010 beroep doen op de financiële regeling voor deze groep. 

Meer informatie